Onderwijsinspectie houdt rekenen en wiskunde tegen het licht

De Inspectie van het Onderwijs gaat volgend jaar onderzoeken wat de oorzaak is van het dalende niveau van het reken- en wiskundeonderwijs in Nederland.

De inspectie wil meer inzicht krijgen in de vraag “welke oorzaken een rol spelen bij de neergaande trend. Het niveau van het reken- en wiskundeonderwijs staat onder druk.”

Het is niet zo dat het rekenonderwijs in Nederland echt slecht te noemen is. “Het basisniveau is prima in orde”, licht een woordvoerder van de Inspectie toe. “Maar we hebben minder uitschieters naar boven dan andere landen. We willen weten hoe dat komt en wat we er aan kunnen doen.”

Tafels stampen

In De Telegraaf suggereert onderwijsexpert Marcel Schmeier dat een serieus probleem is dat er geen tafels meer worden gestampt, zoals vroeger het geval was. Sinds 2004 wordt op basisscholen de methode van het ‘realistisch rekenen’ toegepast.

Dit betekent globaal dat moeilijke sommen worden uitgelegd aan de hand van verhaaltjes. Dit zijn ook het soort opdrachten dat de laatste jaren domineert in Cito-toetsen in het voortgezet onderwijs.

Achterhaald

De Inspectie beklemtoont dat de discussie over het nut en de noodzaak van ‘realistisch rekenen’ achterhaald is. “Je ziet juist dat de afgelopen jaren het realistisch rekenen en de oude vorm van rekenonderwijs, dus het tafels stampen, meer naar elkaar toegroeien”, aldus de zegsman.

Het is gebruikelijk dat de Inspectie eens in de zoveel jaar bepaalde belangrijke vakken tegen het licht houdt. Maar het ontbreken van ‘piekleerlingen’ heeft er wel voor gezorgd dat rekenen en wiskunde in 2018 prioriteit hebben gekregen.

Bron: NU.nl

Toets uw kind gratis

Ieder kind leeft er naar toe … de grote vakantie! Laat naar bed, uitslapen, in je pyjama in de tuin spelen, logeren met vriendjes, eten van de barbecue, kortom: een groot feest. Maar na 6 weken moet elke leerling weer aan de bak.

Had uw kind een matig eindrapport en wilt u fris beginnen in het nieuwe schooljaar, kom dan eens langs voor een vrijblijvende toets. We meten in een half uur wat het niveau van uw kind is. Zo hoeft u niet te wachten tot het kerstrapport om te ontdekken dat uw zoon of dochter de rekenstof totaal niet begrepen heeft of achterblijft in spelling. Of wellicht heeft uw kind, zoals veel kinderen, moeite met de vraagstelling van de Cito?

Met 10 oefenlessen kunnen we de meeste kinderen weer op niveau krijgen, zodat het de rest van het jaar goed mee kan doen.

In de laatste week van augustus starten we weer met bijlessen en de afname van toetsen. Neem contact op voor het maken van een vrijblijvende afspraak.

Tekort aan leraren

Er dreigt een enorm lerarentekort. Dit komt onder andere doordat de eisen van de lerarenopleiding pabo zijn verhoogd, maar ook omdat veel babyboomers geleidelijk met pensioen gaan.

Ook invallers zijn moeilijker te vinden, kinderen worden soms naar huis gestuurd omdat er geen leerkracht is.

Door het dreigende tekort wordt ook gevreesd voor grotere klassen, waardoor de aandacht voor de kinderen afneemt en de werkdruk voor leraren wordt vergroot. En dat terwijl de klassen al zo groot zijn op sommige basisscholen.

Er moet meer geïnvesteerd worden in leraren om het vak aantrekkelijker te maken en de kwaliteit te vergroten. Dat willen diverse partijen in de Tweede Kamer.

 

Bron: Nu.nl

 

Sprintje trekken

Loopt je zoon of dochter op de basisschool achter in rekenen of taal? Wil je nog een laatste boost geven, zodat hij of zij een goede basis heeft om over te gaan naar de volgende groep? Meld je dan aan voor een van de SPRINT-cursussen. In 10 lessen is je kind weer bij en kun je gerust de zomer in!

SPRINT-cursus Rekenen of Taal (groep 3 t/m 8): 2 lessen per week in de maanden juni-juli tot aan of zelfs in de zomervakantie

De kosten voor 10 SPRINT-lessen: 380,-

 

Handig voor de rest van je leven

Al op jonge leeftijd zijn kinderen met computers bezig. Een powerpoint presentatie voor een spreekbeurt, een werkstuk, huiswerk… Ook op school is de computer inmiddels onmisbaar en is blind kunnen typen erg handig.

De voordelen van blind kunnen typen met tien vingers:

  • het werkt sneller
  • je kunt je beter op de inhoud concentreren
  • je loopt minder risico op RSI
  • voor dyslectische kinderen heeft het een gunstig effect*
  • goede voorbereiding voortgezet onderwijs

Sommige basisscholen bieden typecursussen aan maar meestal moeten ouders het zelf regelen. Blindtypen geeft het kind een voorsprong bij het voortgezet onderwijs.

De typecursussen van twintig jaar geleden, nog met typemachine, zagen er heel anders uit dan de lessen die tegenwoordig, met name online, worden aangeboden. Maar hoe gelikt de cursussen anno 2015 er ook uitzien, de basis is hetzelfde gebleven. Ook nu moeten de cursisten eerst eindeloos letters en woorden te oefenen –  fj fj fj fj – voor ze zonder op het toetsenbord te kijken de vereiste 120 aanslagen per minuut halen.

Welke typecursus kies je als ouder? Er is inmiddels heel veel online aanbod, met grote verschillen. Heeft uw kind de discipline om een online cursus te doen of heeft u liever persoonlijke begeleiding? Dit heeft als voordeel dat een leraar individuele tips kan geven en persoonlijk toeziet op een juiste typehouding. Zelf thuis oefenen hoort bij alle cursussen.

Het Bijleslokaal biedt vanaf het nieuwe schooljaar (2017-2018) een typecursus voor kinderen vanaf groep 6 aan, waarbij de kinderen een online licentie krijgen waarmee ze klassikaal en thuis oefenen. Een leraar ondersteunt de kinderen 1 x per week. Na 12 weken heeft uw kind het typediploma. Handig voor de rest van zijn of haar leven!

*Kinderen die een typecursus hebben gevolgd spellen beter dan kinderen die nooit een typecursus hebben gehad. Dat blijkt uit onderzoek van onderwijskundige Henny van der Meijden van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Van der Meijden onderzocht hiervoor leerlingen uit groep 6, 7 en 8. Naast beter spellen, leggen kinderen door een typecursus ook betere verbanden. Het is wel van belang dat de typecursussen klassikaal worden gegeven; online cursussen hebben veel minder effect op de spelvaardigheid. Van der Meijden pleit dan ook voor een verplichte typecursus op elke basisschool. 

Hoe zit dat nu met die Cito-toetsen?

Tijdens het 10-minutengesprekje wordt door de leerkracht snel uitgelegd hoe het nu eigenlijk zit met die ingewikkelde Cito-toetsen en -scores.  Als na een half jaar het volgende rapport komt, zijn de meesten van ons het alweer vergeten. Hieronder antwoorden op de belangrijkste vragen.

Wanneer vinden de Cito-toetsen plaats?

Groep 1/2: in januari/februari en in mei/juni krijgen de kleuters Cito-toetsen over rekenen en taal

Groep 3/4/5: in januari/februari en in juni krijgen deze 3 groepen de Cito-toetsen voor de vakken rekenen, begrijpend en technisch lezen, spelling, woordenschat, begrijpend luisteren, drie-minuten-toets (DMT) en AVI lezen. Extra voor groep 5: studievaardigheid.

Groep 6/7: in september starten deze groepen met de Entreetoets en in januari/februari en in juni krijgen deze 2 groepen de Cito-toetsen zoals in groep 3/4/5. Extra vakken die worden getoetst: studievaardigheid en taalverzorging. In april/mei/juni wordt de Entreetoets weer afgenomen.

Groep 8: in januari/februari worden de Cito-toetsen afgenomen op alle bovenstaande vakken. In april vindt de Centrale Eindtoets plaats.

de verschillende vakken toegelicht

REKENEN
A. Rekenen-wiskunde: groep 3 t/m 8
De toetsen bevatten opgaven uit de volgende leerstofonderdelen:

  • getallen en getalrelaties
  • hoofdrekenen: optellen en aftrekken
  • hoofdrekenen: vermenigvuldigen en delen
  • complexere toepassingen
  • meten, tijd en geld
  • breuken, verhoudingen en procenten (bovenbouw)

B. Rekenen-basisbewerkingen: groep 3 t/m 8

  • Bevatten uitsluitend kale opgaven rondom optellen, aftrekken, vermenigvuldigen* en delen* (*vanaf groep 5).
  • Leerlingen maken de toetsen per categorie: eerst alle optel opgaven, daarna alle opgaven uit de categorie aftrekken, enzovoort.
  • Leerlingen maken de opgaven zo goed én ze snel mogelijk.

LEZEN
A. Begrijpend lezen: groep 3 t/m 8
De toetsen Begrijpend lezen toetsen essentiële leesvaardigheden. Kunnen leerlingen zelf analyseren voor wie, met welk doel en wat er precies geschreven is?

B. Technisch lezen: groep 3 t/m 8
In groep 3 wordt de leesnauwkeurigheid gemeten: de leerlingen lezen vier woorden bij een plaatje en moeten het juiste woord kiezen.
Vanaf groep 4 wordt het leestempo gemeten: leerlingen lezen in een beperkte tijd een tekst, waarbij ze op diverse plaatsen het juiste woord uit drie alternatieven moeten kiezen.

C. Drie-Minuten-Toets (DMT): groep 3 t/m 8
Met de Drie-Minuten-Toets (DMT) wordt vastgesteld hoe goed leerlingen in technisch lezen zijn en waar eventuele leesproblemen zitten. Bij DMT ligt de nadruk op de snelheid en nauwkeurigheid waarmee leerlingen afzonderlijke woorden verklanken. Er zijn drie verschillende leeskaarten: klankzuivere woorden (type km, mk en mkm); andere eenlettergrepige woorden; twee- of meerlettergrepige woorden.

D. AVI: groep 3 t/m 8
Bij AVI gaat het vooral om de vlotheid en nauwkeurigheid waarmee leerlingen teksten verklanken.

TAAL
A. Spelling: groep 3 t/m 8
De dicteeopgaven brengen het actief spellen in beeld. De meerkeuzeopgaven meten het passief spellen (herkennen van spelfouten in een geschreven tekst).

B. Woordenschat: groep 3 t/m 8
Hierbij wordt de betekenis van woorden of de betekenisrelaties die er tussen woorden bestaan (bijvoorbeeld: Wat is het tegengestelde van … ?) getoetst.

C. Taalverzorging (groep 5, 6, 7)
Deze toets bestaat uit de onderdelen: Grammatica, Interpunctie en Spelling (werkwoorden en niet-werkwoorden).

BEGRIJPEND LUISTEREN
Tijdens de toets krijgen de leerlingen van groep 3 geluidsfragmenten te horen en geven zij antwoord op vragen door de keuze uit verschillende plaatjes in een antwoordboekje. Vanaf groep 4 worden er beeldfragmenten voorgelegd waarbij de vragen zich richten op het luisteren.

STUDIEVAARDIGHEID
De toetsen (vanaf groep 5) bevatten opgaven over kaartlezen, lezen van tabellen, schema’s en grafieken, samenvatten van studieteksten en het opzoeken van informatie.

Welke verschillende toetsen zijn er?

Cito-toets: deze toets wordt ieder schooljaar twee keer afgenomen op elk vak.

Entreetoets: deze toets wordt gehouden aan het begin en aan het eind van groep 6 en 7. De resultaten van deze toets laten zien hoe uw kind ervoor staat op het gebied van taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden. In één oogopslag ziet u waar uw kind goed in is en waar extra oefening nodig is.

Centrale eindtoets: deze toets wordt in april afgenomen in groep 8. Niet meer het resultaat van de eindtoets is doorslaggevend, maar de leerkracht bepaalt nu het niveau voor het voortgezet onderwijs. Basisscholen moeten wel verplicht een eindtoets afnemen om dit niveau te ‘checken’. Ze kunnen kiezen met welke eindtoets zij dat doen: de Centrale Eindtoets (dat is de oude Citotoets) of een van de 5 andere eindtoetsen zoals de IEP Eindtoets of Route8. Ca 65% van de basisscholen kiest in 2017 voor de Centrale Eindtoets.

Hoe werken de Cito-scores?

Bij de toetsen van het Cito Leerlingvolgsysteem (LVS) wordt de uitslag omgezet in een letterscore van A tot en met E of naar Romeinse cijfers I t/m V. Het hoogste niveau is A, en het laagste niveau is E.  Bij de normering met Romeinse cijfers is het hoogste niveau I en het laagste niveau V.

De Cito-score voor de eindtoets is een cijferscore tussen de 500 en de 550. Een leerling met een score van 535 kan waarschijnlijk naar de HAVO. Als de score boven de 545 ligt, dan kan de leerling waarschijnlijk naar het VWO.

Leuk weetje: de Centrale Eindtoets wordt op een schaal van 501-550 weergegeven om te voorkomen dat de resultaten worden vertaald in cijfers of een IQ-score.

Wat is er veranderd in schooljaar 2016-2017?

1. De normering:

Voor de Cito-toetsen begrijpend lezen, rekenen-wiskunde, spelling en woordenschat zijn de normen herzien. Omdat het landelijk gemiddelde omhoog is gegaan, zijn de normen ge-update.

De toetsuitslagen bestaan uit twee delen: een score op de toets (de vaardigheidsscore) en de waardering van die score door middel van een letter (vaardigheidsniveau I t/m V of A t/m E). De letters geven aan hoe goed uw kind de toets heeft gemaakt vergeleken met zijn leeftijdsgenoten. Door deze vergelijking krijgen de resultaten betekenis. Zo kunnen we bijvoorbeeld zeggen dat een leerling die halverwege groep 5 een vaardigheidsscore van 25 behaalt, volgens de normering boven het landelijk gemiddelde van 22 scoort en dus niveau II behaalt. Als in de loop van de tijd het landelijk gemiddelde verschuift naar 25, dan is de conclusie dat de leerling met score 25 boven het gemiddelde scoort (II) niet (meer) juist. De leerling scoort nu immers gemiddeld.

2. Het tijdstip van de Centrale Eindtoets:

De Centrale Eindtoets wordt in 2017 later in het schooljaar afgenomen dan voorgaande jaren, om te voorkomen dat de resultaten van de toets toch worden gebruikt om vast te stellen welk niveau het kind aankan. Leerkrachten gaan de twee maanden daarvoor het gesprek met kinderen en hun ouders aan en geven hun schooladvies. Dit is gebaseerd op de ontwikkeling van de leerling in voorgaande jaren en gaat verder dan leerresultaten alleen, denk aan creatief denken, doorzettingsvermogen en intelligentie.

3. Invloed van de Eindtoets op het schooladvies:

Als het toetsadvies hoger is dan het schooladvies, dan heroverweegt de basisschool het advies altijd. In overleg met de leerling en zijn ouders kan het niveau voor het voortgezet onderwijs gelijk blijven of naar boven worden bijgesteld. Ligt de score van de Eindtoets onder het niveau van het advies van de leerkracht, dan wordt het schooladvies niet aangepast. Kinderen krijgen de kans om te laten zien dat ze het onderwijstype aankunnen.

Bron: Cito Nederland

Er wordt te weinig geoefend

Volgens een bericht in het Algemeen Dagblad, worden onnodig veel kinderen gediagnosticeerd met ernstige lees- en rekenproblemen, zegt dyslexiehoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze onderzoekt het fenomeen dyslexie al sinds 2007 en komt maar tot één conclusie: dyslexie is een gevolg van slecht onderwijs. ,,Er wordt gewoon te weinig geoefend,” zegt ze.
,,Kinderen moeten de spellingregels goed in hun hoofd hebben. Bijvoorbeeld dat een g-klank voor een ‘t’ vrijwel altijd een ‘ch’ is en geen ‘g’.”

Tafels kennen

Er moet ouderwets gestampt worden met een juf of meester voor de klas die de instructies geeft. ,,Elke dag een dictee.” Voor dyscalculie – rekenblindheid – geldt hetzelfde, stelt Bosman. Het ontbreekt aan basisvaardigheden: optellen, vermenigvuldigen, de tafels kennen. Tijdens een intensieve rekentraining van zes weken gingen de vijftig leerlingen die aan een onderzoek van Bosman meededen gemiddeld met anderhalf jaar vooruit. ,,Vrijwel alle leerlingen zijn in staat om deze basisvaardigheden te verwerven.”

De cijfers zijn zorgelijk. Op sommige middelbare scholen staat 30 procent van de leerlingen te boek als dyslectisch. Als kinderen moeite met lezen of rekenen hebben, zegt Bosman, wordt de oorzaak bijna altijd bij het kind gezocht. We vergeten te checken of er wel goed onderwijs is gegeven.”  Uit haar studies blijkt dat met wetenschappelijk onderbouwde methodes kinderen met sprongen vooruitgaan. ,,Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat.”

Collega-wetenschappers ondersteunen haar aanklacht. Hoogleraar Kees Vernooy, een icoon binnen het lees- en taalonderwijs: ,,Er is wetenschappelijk bewijs dat kinderen meer moeten oefenen. Dat herhaling nodig is. Maar dat hoort men niet graag.”

Hoogleraar Ben Maassen, ook een autoriteit op het gebied van dyslexie: ,,De praktijk is nu dat kinderen met dyslexie minder hoeven te lezen en te spellen, terwijl ze juist méér moeten oefenen.” De PO-Raad, sector organisatie voor het basisonderwijs, gaat het te ver om te stellen dat een deel van de dyslexieproblematiek wordt veroorzaakt door het slecht onderwijs. ,,Maar als wat de hoogleraren zeggen werkelijk aan de hand is, is het zeker de moeite waard om te bespreken hoe we het probleem kunnen oplossen”, zegt een woordvoerder.

Bron: AD 9 februari 2017

Wacht niet te lang met bijles!

Veel ouders stellen bijles uit, terwijl hun kind al een achterstand heeft opgelopen in groep 3 en 4. In die groepen wordt juist de basis gelegd voor het lezen, schrijven en rekenen.

Lezen

Een veel voorkomende achterstand bij lezen en spelling is het niet beheersen van de ‘klank-teken-koppeling’. Dat wil zeggen: bij technisch leren lezen gaat het erom dat de hersenen letters vlot kunnen koppelen aan klanken. De letters herkennen en de letters schrijven. Dit levert letterkennis op. Na het leren van de letters komt het combineren van letters tot woorden en nog later tot hele zinnen. Als teksten moeilijker worden komen ze er niet meer uit. Kinderen ontwikkelen achterstanden op het gebied van begrijpend lezen omdat het bij het technisch lezen de leerstrategieën niet optimaal ontwikkeld zijn.

Rekenen

Bij kinderen met rekenproblemen ligt het bijna altijd aan het feit dat het optellen en aftrekken tot 20 niet geautomatiseerd is.  Kinderen hebben hierdoor vaak onhandige rekenstrategieën. Wanneer het rekentempo omhoog gaat en de sommen ingewikkelder worden, komen deze kinderen in de problemen.

Wanneer is de beste tijd om te starten met bijles?

Zo vroeg mogelijk! In groep 3, 4 of 5. Hoe eerder je zoon of dochter bijles krijgt, hoe makkelijker het is om van de achterstand een voorsprong te maken. En uiteindelijk heb je minder bijlessen nodig dan als je later start. Dat levert ook minder kosten op!

Als een kind niet meekomt

Te lang wachten kan de volgende gevolgen hebben:

  • Faalangst.
  • Een steeds groter wordende achterstand, hetgeen moeilijker wordt om in te halen.
  • Blijven zitten.
  • Als het kind moeite heeft met technisch lezen, ontstaan ook achterstanden op het gebied van andere vakken waarbij gelezen moet worden.
  • Het niet bereiken van het gewenste schoolniveau op de middelbare school.

Voorsprong door bijlessen

Doordat de klassen steeds groter worden en er door het passend onderwijs meer ‘probleemgevallen’ in de klas komen, kunnen de docenten niet meer aan alle kinderen voldoende zorg en onderwijs bieden,” aldus een basisschooljuf uit Ijsselstein. “De overheid moet meer geld geven, dat leidt tot extra handen in de klas.

Lees verder: Voorsprong door bijlessen

Goed voorbereid naar het voortgezet onderwijs

De Engelse taal wordt steeds belangrijker. Leerlingen komen bijna dagelijks met het Engels in aanraking via media en games. Het Platform Onderwijs2032 vindt daarom dat ook Engels een kernvak moet worden in het onderwijs. Met name in het basisonderwijs verdient Engels meer aandacht. Dat verbetert de aansluiting op het voortgezet onderwijs, waar Engels al een kernvak is. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat leerlingen die al op jonge leeftijd Engels leren communicatief vaardiger zijn dan andere leerlingen. Het aanleren van de Nederlandse taal wordt daarbij niet gehinderd, ook als Nederlands niet de moedertaal is. (Zie voor een overzicht van de gebruikte onderzoeken de literatuurlijst van het eindadvies.) Het Platform benadrukt dat Engels op jonge leeftijd spelenderwijs moet worden aangeleerd, bijvoorbeeld in de vorm van liedjes en spelletjes. Net als bij het Nederlands is het van belang dat de school de vaardigheden lezen, spreken, luisteren en schrijven zoveel mogelijk in samenhang aanbiedt.

In 2017 verzorgt Het Bijleslokaal in Naarden weer Engelse cursussen in groepjes van maximaal 5 kinderen uit alle groepen van de basisschool. Onder leiding van een ervaren docente (English native speaker) oefenen en converseren de kinderen op een speelse manier met elkaar.

Meer info of aanmelden