Reacties

Handig voor de rest van je leven

Al op jonge leeftijd zijn kinderen met computers bezig. Een powerpoint presentatie voor een spreekbeurt, een werkstuk, huiswerk… Ook op school is de computer inmiddels onmisbaar en is blind kunnen typen erg handig.

De voordelen van blind kunnen typen met tien vingers:

  • het werkt sneller
  • je kunt je beter op de inhoud concentreren
  • je loopt minder risico op RSI
  • voor dyslectische kinderen heeft het een gunstig effect*
  • goede voorbereiding voortgezet onderwijs

Sommige basisscholen bieden typecursussen aan maar meestal moeten ouders het zelf regelen. Blindtypen geeft het kind een voorsprong bij het voortgezet onderwijs.

De typecursussen van twintig jaar geleden, nog met typemachine, zagen er heel anders uit dan de lessen die tegenwoordig, met name online, worden aangeboden. Maar hoe gelikt de cursussen anno 2015 er ook uitzien, de basis is hetzelfde gebleven. Ook nu moeten de cursisten eerst eindeloos letters en woorden te oefenen –  fj fj fj fj – voor ze zonder op het toetsenbord te kijken de vereiste 120 aanslagen per minuut halen.

Welke typecursus kies je als ouder? Er is inmiddels heel veel online aanbod, met grote verschillen. Heeft uw kind de discipline om een online cursus te doen of heeft u liever persoonlijke begeleiding? Dit heeft als voordeel dat een leraar individuele tips kan geven en persoonlijk toeziet op een juiste typehouding. Zelf thuis oefenen hoort bij alle cursussen.

Het Bijleslokaal biedt vanaf het nieuwe schooljaar (2017-2018) een typecursus voor kinderen vanaf groep 6 aan, waarbij de kinderen een online licentie krijgen waarmee ze klassikaal en thuis oefenen. Een leraar ondersteunt de kinderen 1 x per week. Na 12 weken heeft uw kind het typediploma. Handig voor de rest van zijn of haar leven!

*Kinderen die een typecursus hebben gevolgd spellen beter dan kinderen die nooit een typecursus hebben gehad. Dat blijkt uit onderzoek van onderwijskundige Henny van der Meijden van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Van der Meijden onderzocht hiervoor leerlingen uit groep 6, 7 en 8. Naast beter spellen, leggen kinderen door een typecursus ook betere verbanden. Het is wel van belang dat de typecursussen klassikaal worden gegeven; online cursussen hebben veel minder effect op de spelvaardigheid. Van der Meijden pleit dan ook voor een verplichte typecursus op elke basisschool. 

Hoe zit dat nu met die Cito-toetsen?

Tijdens het 10-minutengesprekje wordt door de leerkracht snel uitgelegd hoe het nu eigenlijk zit met die ingewikkelde Cito-toetsen en -scores.  Als na een half jaar het volgende rapport komt, zijn de meesten van ons het alweer vergeten. Hieronder antwoorden op de belangrijkste vragen.

Wanneer vinden de Cito-toetsen plaats?

Groep 1/2: in januari/februari en in mei/juni krijgen de kleuters Cito-toetsen over rekenen en taal

Groep 3/4/5: in januari/februari en in juni krijgen deze 3 groepen de Cito-toetsen voor de vakken rekenen, begrijpend en technisch lezen, spelling, woordenschat, begrijpend luisteren, drie-minuten-toets (DMT) en AVI lezen. Extra voor groep 5: studievaardigheid.

Groep 6/7: in september starten deze groepen met de Entreetoets en in januari/februari en in juni krijgen deze 2 groepen de Cito-toetsen zoals in groep 3/4/5. Extra vakken die worden getoetst: studievaardigheid en taalverzorging. In april/mei/juni wordt de Entreetoets weer afgenomen.

Groep 8: in januari/februari worden de Cito-toetsen afgenomen op alle bovenstaande vakken. In april vindt de Centrale Eindtoets plaats.

de verschillende vakken toegelicht

REKENEN
A. Rekenen-wiskunde: groep 3 t/m 8
De toetsen bevatten opgaven uit de volgende leerstofonderdelen:

  • getallen en getalrelaties
  • hoofdrekenen: optellen en aftrekken
  • hoofdrekenen: vermenigvuldigen en delen
  • complexere toepassingen
  • meten, tijd en geld
  • breuken, verhoudingen en procenten (bovenbouw)

B. Rekenen-basisbewerkingen: groep 3 t/m 8

  • Bevatten uitsluitend kale opgaven rondom optellen, aftrekken, vermenigvuldigen* en delen* (*vanaf groep 5).
  • Leerlingen maken de toetsen per categorie: eerst alle optel opgaven, daarna alle opgaven uit de categorie aftrekken, enzovoort.
  • Leerlingen maken de opgaven zo goed én ze snel mogelijk.

LEZEN
A. Begrijpend lezen: groep 3 t/m 8
De toetsen Begrijpend lezen toetsen essentiële leesvaardigheden. Kunnen leerlingen zelf analyseren voor wie, met welk doel en wat er precies geschreven is?

B. Technisch lezen: groep 3 t/m 8
In groep 3 wordt de leesnauwkeurigheid gemeten: de leerlingen lezen vier woorden bij een plaatje en moeten het juiste woord kiezen.
Vanaf groep 4 wordt het leestempo gemeten: leerlingen lezen in een beperkte tijd een tekst, waarbij ze op diverse plaatsen het juiste woord uit drie alternatieven moeten kiezen.

C. Drie-Minuten-Toets (DMT): groep 3 t/m 8
Met de Drie-Minuten-Toets (DMT) wordt vastgesteld hoe goed leerlingen in technisch lezen zijn en waar eventuele leesproblemen zitten. Bij DMT ligt de nadruk op de snelheid en nauwkeurigheid waarmee leerlingen afzonderlijke woorden verklanken. Er zijn drie verschillende leeskaarten: klankzuivere woorden (type km, mk en mkm); andere eenlettergrepige woorden; twee- of meerlettergrepige woorden.

D. AVI: groep 3 t/m 8
Bij AVI gaat het vooral om de vlotheid en nauwkeurigheid waarmee leerlingen teksten verklanken.

TAAL
A. Spelling: groep 3 t/m 8
De dicteeopgaven brengen het actief spellen in beeld. De meerkeuzeopgaven meten het passief spellen (herkennen van spelfouten in een geschreven tekst).

B. Woordenschat: groep 3 t/m 8
Hierbij wordt de betekenis van woorden of de betekenisrelaties die er tussen woorden bestaan (bijvoorbeeld: Wat is het tegengestelde van … ?) getoetst.

C. Taalverzorging (groep 5, 6, 7)
Deze toets bestaat uit de onderdelen: Grammatica, Interpunctie en Spelling (werkwoorden en niet-werkwoorden).

BEGRIJPEND LUISTEREN
Tijdens de toets krijgen de leerlingen van groep 3 geluidsfragmenten te horen en geven zij antwoord op vragen door de keuze uit verschillende plaatjes in een antwoordboekje. Vanaf groep 4 worden er beeldfragmenten voorgelegd waarbij de vragen zich richten op het luisteren.

STUDIEVAARDIGHEID
De toetsen (vanaf groep 5) bevatten opgaven over kaartlezen, lezen van tabellen, schema’s en grafieken, samenvatten van studieteksten en het opzoeken van informatie.

Welke verschillende toetsen zijn er?

Cito-toets: deze toets wordt ieder schooljaar twee keer afgenomen op elk vak.

Entreetoets: deze toets wordt gehouden aan het begin en aan het eind van groep 6 en 7. De resultaten van deze toets laten zien hoe uw kind ervoor staat op het gebied van taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden. In één oogopslag ziet u waar uw kind goed in is en waar extra oefening nodig is.

Centrale eindtoets: deze toets wordt in april afgenomen in groep 8. Niet meer het resultaat van de eindtoets is doorslaggevend, maar de leerkracht bepaalt nu het niveau voor het voortgezet onderwijs. Basisscholen moeten wel verplicht een eindtoets afnemen om dit niveau te ‘checken’. Ze kunnen kiezen met welke eindtoets zij dat doen: de Centrale Eindtoets (dat is de oude Citotoets) of een van de 5 andere eindtoetsen zoals de IEP Eindtoets of Route8. Ca 65% van de basisscholen kiest in 2017 voor de Centrale Eindtoets.

Hoe werken de Cito-scores?

Bij de toetsen van het Cito Leerlingvolgsysteem (LVS) wordt de uitslag omgezet in een letterscore van A tot en met E of naar Romeinse cijfers I t/m V. Het hoogste niveau is A, en het laagste niveau is E.  Bij de normering met Romeinse cijfers is het hoogste niveau I en het laagste niveau V.

De Cito-score voor de eindtoets is een cijferscore tussen de 500 en de 550. Een leerling met een score van 535 kan waarschijnlijk naar de HAVO. Als de score boven de 545 ligt, dan kan de leerling waarschijnlijk naar het VWO.

Leuk weetje: de Centrale Eindtoets wordt op een schaal van 501-550 weergegeven om te voorkomen dat de resultaten worden vertaald in cijfers of een IQ-score.

Wat is er veranderd in schooljaar 2016-2017?

1. De normering:

Voor de Cito-toetsen begrijpend lezen, rekenen-wiskunde, spelling en woordenschat zijn de normen herzien. Omdat het landelijk gemiddelde omhoog is gegaan, zijn de normen ge-update.

De toetsuitslagen bestaan uit twee delen: een score op de toets (de vaardigheidsscore) en de waardering van die score door middel van een letter (vaardigheidsniveau I t/m V of A t/m E). De letters geven aan hoe goed uw kind de toets heeft gemaakt vergeleken met zijn leeftijdsgenoten. Door deze vergelijking krijgen de resultaten betekenis. Zo kunnen we bijvoorbeeld zeggen dat een leerling die halverwege groep 5 een vaardigheidsscore van 25 behaalt, volgens de normering boven het landelijk gemiddelde van 22 scoort en dus niveau II behaalt. Als in de loop van de tijd het landelijk gemiddelde verschuift naar 25, dan is de conclusie dat de leerling met score 25 boven het gemiddelde scoort (II) niet (meer) juist. De leerling scoort nu immers gemiddeld.

2. Het tijdstip van de Centrale Eindtoets:

De Centrale Eindtoets wordt in 2017 later in het schooljaar afgenomen dan voorgaande jaren, om te voorkomen dat de resultaten van de toets toch worden gebruikt om vast te stellen welk niveau het kind aankan. Leerkrachten gaan de twee maanden daarvoor het gesprek met kinderen en hun ouders aan en geven hun schooladvies. Dit is gebaseerd op de ontwikkeling van de leerling in voorgaande jaren en gaat verder dan leerresultaten alleen, denk aan creatief denken, doorzettingsvermogen en intelligentie.

3. Invloed van de Eindtoets op het schooladvies:

Als het toetsadvies hoger is dan het schooladvies, dan heroverweegt de basisschool het advies altijd. In overleg met de leerling en zijn ouders kan het niveau voor het voortgezet onderwijs gelijk blijven of naar boven worden bijgesteld. Ligt de score van de Eindtoets onder het niveau van het advies van de leerkracht, dan wordt het schooladvies niet aangepast. Kinderen krijgen de kans om te laten zien dat ze het onderwijstype aankunnen.

Bron: Cito Nederland

Er wordt te weinig geoefend

Volgens een bericht in het Algemeen Dagblad, worden onnodig veel kinderen gediagnosticeerd met ernstige lees- en rekenproblemen, zegt dyslexiehoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze onderzoekt het fenomeen dyslexie al sinds 2007 en komt maar tot één conclusie: dyslexie is een gevolg van slecht onderwijs. ,,Er wordt gewoon te weinig geoefend,” zegt ze.
,,Kinderen moeten de spellingregels goed in hun hoofd hebben. Bijvoorbeeld dat een g-klank voor een ‘t’ vrijwel altijd een ‘ch’ is en geen ‘g’.”

Tafels kennen

Er moet ouderwets gestampt worden met een juf of meester voor de klas die de instructies geeft. ,,Elke dag een dictee.” Voor dyscalculie – rekenblindheid – geldt hetzelfde, stelt Bosman. Het ontbreekt aan basisvaardigheden: optellen, vermenigvuldigen, de tafels kennen. Tijdens een intensieve rekentraining van zes weken gingen de vijftig leerlingen die aan een onderzoek van Bosman meededen gemiddeld met anderhalf jaar vooruit. ,,Vrijwel alle leerlingen zijn in staat om deze basisvaardigheden te verwerven.”

De cijfers zijn zorgelijk. Op sommige middelbare scholen staat 30 procent van de leerlingen te boek als dyslectisch. Als kinderen moeite met lezen of rekenen hebben, zegt Bosman, wordt de oorzaak bijna altijd bij het kind gezocht. We vergeten te checken of er wel goed onderwijs is gegeven.”  Uit haar studies blijkt dat met wetenschappelijk onderbouwde methodes kinderen met sprongen vooruitgaan. ,,Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat.”

Collega-wetenschappers ondersteunen haar aanklacht. Hoogleraar Kees Vernooy, een icoon binnen het lees- en taalonderwijs: ,,Er is wetenschappelijk bewijs dat kinderen meer moeten oefenen. Dat herhaling nodig is. Maar dat hoort men niet graag.”

Hoogleraar Ben Maassen, ook een autoriteit op het gebied van dyslexie: ,,De praktijk is nu dat kinderen met dyslexie minder hoeven te lezen en te spellen, terwijl ze juist méér moeten oefenen.” De PO-Raad, sector organisatie voor het basisonderwijs, gaat het te ver om te stellen dat een deel van de dyslexieproblematiek wordt veroorzaakt door het slecht onderwijs. ,,Maar als wat de hoogleraren zeggen werkelijk aan de hand is, is het zeker de moeite waard om te bespreken hoe we het probleem kunnen oplossen”, zegt een woordvoerder.

Bron: AD 9 februari 2017

Wacht niet te lang met bijles!

Veel ouders stellen bijles uit, terwijl hun kind al een achterstand heeft opgelopen in groep 3 en 4. In die groepen wordt juist de basis gelegd voor het lezen, schrijven en rekenen.

Lezen

Een veel voorkomende achterstand bij lezen en spelling is het niet beheersen van de ‘klank-teken-koppeling’. Dat wil zeggen: bij technisch leren lezen gaat het erom dat de hersenen letters vlot kunnen koppelen aan klanken. De letters herkennen en de letters schrijven. Dit levert letterkennis op. Na het leren van de letters komt het combineren van letters tot woorden en nog later tot hele zinnen. Als teksten moeilijker worden komen ze er niet meer uit. Kinderen ontwikkelen achterstanden op het gebied van begrijpend lezen omdat het bij het technisch lezen de leerstrategieën niet optimaal ontwikkeld zijn.

Rekenen

Bij kinderen met rekenproblemen ligt het bijna altijd aan het feit dat het optellen en aftrekken tot 20 niet geautomatiseerd is.  Kinderen hebben hierdoor vaak onhandige rekenstrategieën. Wanneer het rekentempo omhoog gaat en de sommen ingewikkelder worden, komen deze kinderen in de problemen.

Wanneer is de beste tijd om te starten met bijles?

Zo vroeg mogelijk! In groep 3, 4 of 5. Hoe eerder je zoon of dochter bijles krijgt, hoe makkelijker het is om van de achterstand een voorsprong te maken. En uiteindelijk heb je minder bijlessen nodig dan als je later start. Dat levert ook minder kosten op!

Als een kind niet meekomt

Te lang wachten kan de volgende gevolgen hebben:

  • Faalangst.
  • Een steeds groter wordende achterstand, hetgeen moeilijker wordt om in te halen.
  • Blijven zitten.
  • Als het kind moeite heeft met technisch lezen, ontstaan ook achterstanden op het gebied van andere vakken waarbij gelezen moet worden.
  • Het niet bereiken van het gewenste schoolniveau op de middelbare school.

Voorsprong door bijlessen

Doordat de klassen steeds groter worden en er door het passend onderwijs meer ‘probleemgevallen’ in de klas komen, kunnen de docenten niet meer aan alle kinderen voldoende zorg en onderwijs bieden,” aldus een basisschooljuf uit Ijsselstein. “De overheid moet meer geld geven, dat leidt tot extra handen in de klas.

Lees verder: Voorsprong door bijlessen

Goed voorbereid naar het voortgezet onderwijs

De Engelse taal wordt steeds belangrijker. Leerlingen komen bijna dagelijks met het Engels in aanraking via media en games. Het Platform Onderwijs2032 vindt daarom dat ook Engels een kernvak moet worden in het onderwijs. Met name in het basisonderwijs verdient Engels meer aandacht. Dat verbetert de aansluiting op het voortgezet onderwijs, waar Engels al een kernvak is. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat leerlingen die al op jonge leeftijd Engels leren communicatief vaardiger zijn dan andere leerlingen. Het aanleren van de Nederlandse taal wordt daarbij niet gehinderd, ook als Nederlands niet de moedertaal is. (Zie voor een overzicht van de gebruikte onderzoeken de literatuurlijst van het eindadvies.) Het Platform benadrukt dat Engels op jonge leeftijd spelenderwijs moet worden aangeleerd, bijvoorbeeld in de vorm van liedjes en spelletjes. Net als bij het Nederlands is het van belang dat de school de vaardigheden lezen, spreken, luisteren en schrijven zoveel mogelijk in samenhang aanbiedt.

In 2017 verzorgt Het Bijleslokaal in Naarden weer Engelse cursussen in groepjes van maximaal 5 kinderen uit alle groepen van de basisschool. Onder leiding van een ervaren docente (English native speaker) oefenen en converseren de kinderen op een speelse manier met elkaar.

Meer info of aanmelden

Jonge kinderen en huiswerk: 5 tips

In groep 4 begint het al: huiswerk! Het Kinderen voor Kinderen-koor zong aan het begin van de jaren 80 al over de frustraties van al dat huiswerk.

Wat kunnen wij, als ouders, er aan doen dat onze kinderen niet te veel problemen maken van hun huiswerk?

1. structuur

Je weet in de jongere groepen welke dagen kinderen huiswerk meekrijgen en wanneer het ingeleverd moet worden. Zorg ervoor dat je iedere week op een bepaald tijdstip samen met je kind het huiswerk maakt. En liever niet de avond voordat het ingeleverd dient te worden. Zo wordt je kind niet elke keer verrast of chagrijnig.

2. speeltijd

Laat je kind gewoon spelen na schooltijd. Plan het huiswerk bijvoorbeeld in om 17.30 uur aan de keukentafel. Terwijl je kookt of opruimt, kan je kind het huiswerk maken en tussendoor vragen stellen. Dit werkt natuurlijk alleen bij ouders die een keer of vaker in de week op tijd thuis zijn. Heb je een fulltime baan, doe het dan na het eten, of misschien al tijdens het toetje.

3. leuker

Hoe jonger het kind, hoe meer het wil spelen. Laat ze zoveel mogelijk zelf het huiswerk doen, maar jij zorgt er als ouder voor dat het snel en soepel gebeurt. Wellicht met een spelletje: kun jij in 1 minuutje die som maken?

4. Belonen

Met beloning bedoel ik niet direct een snoepje, cadeautje of belofte om naar het pretpark te gaan. Geef een knuffel, aai over zijn bol of zeg dat je trots op hem bent. Zet een lekker kopje thee, een koekje erbij en maak het gezellig. Ook de belofte dat het kind nadat het huiswerk af is naar zijn favoriete tv programma mag kijken doet wonderen.

5. creatief

Ben je het door alle drukte vergeten, en het moet nog even snel tijdens een speeldate gebeuren? Wees creatief: laat de kinderen schooltje spelen en doe even mee als juf tot het huiswerk af is. Zelfs ‘buitenspeelkinderen’ willen hier aan meedoen, mits je erna een balletje met ze trapt tijdens de ‘gymles’.

Als de kinderen ouder worden, komen er ook toetsen om de hoek kijken; topografie, nieuwsbegrip, boekbesprekingen, spreekbeurten. Laat het kind zoveel mogelijk zelf doen, ook al ziet zijn Powerpoint presentatie waaraan hij uren heeft geploeterd, er vreselijk uit en staat het vol met spelfouten. Later kun je er samen doorheen lopen en de fouten er uit halen.Probeer het niet te mooi te maken, het is immers zijn huiswerk.

Zoek op internet naar kaarten van Nederland en laat het kind het zelf printen en bijvoorbeeld inkleuren of de provincies, steden en rivieren er zelf bij schrijven.

Je kunt zelf een klein proefwerkje in elkaar flansen en de kinderen het samen met een vriendje of vriendinnetjes laten maken. Jij speelt voor leraar en zet rode strepen en krullen.

De tafels kun je op veel manieren oefenen, maar een papier met alle tafels in het toilet ophangen kan ook helpen!

Succes!

huiswerk

Start CITO-training op maandag 7 november

Om uw kind goed voor te bereiden op de CITO-toetsen kunt u uw kind aanmelden voor een CITO-training van 10 lessen van 45 minuten. In groepjes van maximaal 5 kinderen wordt intensief geoefend onder begeleiding van een ervaren leerkracht.

Op maandag 7 november om 16.30 uur gaat de training van start.

Meldt u uw kind individueel aan (wij stellen het groepje samen) dan betaalt u €25,00 per kind per les. Meldt u zelf een groepje aan, dan gelden de volgende tarieven per kind per les:

3 kinderen: €20,00
4 kinderen: €17,50
5 kinderen: €15,00

Aanmelden of meer info opvragen kan via het contactformulier.

Wilt u uw kind aanmelden maar het tijdstip komt niet uit? Neem dan even contact op met Het Bijleslokaal via 035-8889078.

Weer naar school

De scholen in het Gooi gaan volgende week weer beginnen. Het normale ritme dient zich weer aan; vroeg opstaan, ontbijtje naar binnen, op de fiets en hup … de klas in en aan het werk. Voor kinderen is het ritme fijn, het geeft ze houvast. Ondanks dat ze misschien niet naar school willen na zo’n heerlijk lange vakantie, is het wel goed voor ze.

De eerste periode na de zomer op school is ons wel bekend: nieuw klaslokaal, nieuwe juf, gladde nieuwe schriften, frisse tafeltjes, mooi geslepen potloden. Maar ook nieuwe leerstof, nieuwe vakken, nieuw huiswerk. Een enkeling doet het jaar over, een ander kindje is nieuw. Spannend.

Niet bij alle leerlingen gaat het automatisch goed, al deze ‘vertrouwde’ veranderingen. Concentratieproblemen, huiswerk ellende, ingewikkelde rekensommen en moeilijke spellingoefeningen gooien roet in het eten. En die vervelende CITO die al weer snel voor de deur staat. Het leven van een basisschoolkind gaat niet altijd over rozen.

Als het met de concentratie van je kind niet wil lukken, als de uitleg van de juf of meester maar niet beklijft of als je het als vader of moeder niet meer zien zitten om te assisteren bij het huiswerk, dan is een steuntje in de rug een uitkomst. De begeleidsters van Het Bijleslokaal helpen je zoon of dochter bij vakken die moeilijk zijn. In 10 lessen zie je dat hij/zij de stof al beter begrijpt. Of het nu de persoonlijke aandacht is of het kwartje dat eindelijk valt na een andere manier van uitleggen, het kind heeft er de rest van het schooljaar baat bij.

Kennis maken met ons? Bel voor een intake gesprek: tel. 035-8889078 of vul het contactformulier in. Direct mailen kan ook naar info@hetbijleslokaal.nl

In verband met de verbouwing van gebouw De Hoed is de tijdelijke bijleslocatie:

Gansoordstraat 52, 1411 RJ Naarden Vesting